Groenendaeler

close up van een groenendaeler

Uit het land van onze Zuiderburen komen meerdere prachtige honden. De Groenendaeler is één van de honden die de stempel “Belgische Herder” mag dragen. Dat doet hij met onder meer de Mechelse Herder, de Tervuerense Herder en de Laekense Herder. Dit hondenras is vernoemd naar een wijk aan de rand van Zoniënwoud in de gemeente Hoeilaart; een kleine plaats vlakbij Brussel gelegen.

In België is de Groenendaeler al geruime tijd een behoorlijk populaire hond. Deze populariteit is ook naar ons land over komen waaien; ook in Nederland zie je daardoor af en toe een prachtige Groenendaeler lopen. Dit ras heeft niet alleen een kenmerkend uiterlijk, maar heeft ook enkele kenmerkende karaktereigenschappen. Als je deze hond op de juiste manier op weet te voeden, geniet je jarenlang van een onwijs lieve en loyale hond. Een gemiddelde Groenendaeler wordt 13 tot 14 jaar oud.

Inhoudsopgave

  1. Uiterlijke kenmerken
  2. Gedrag
  3. Verzorging
  4. Opvoeding
  5. Beweging
  6. Geschiedenis

1. Uiterlijke kenmerken

Dit ras heeft met recht de stempel “Belgische Herder” gekregen. Net zoals de andere Herdersrassen is ook dit ras behoorlijk groot. Daarnaast vallen ook de grote oren en de relatief grote kop op. Dat is echter niet anders; ook op andere gebieden weet een Groenendaeler zich te onderscheiden.

Kenmerkend bij dit ras is onder meer de donkerzwarte vacht. Het is níet mogelijk om dit ras in een andere kleur te zien; simpelweg alle honden hebben een zwarte vacht. Deze vacht is over het algemeen behoorlijk lang en is op sommige lichaamsplekken zelfs bovengemiddeld lang. Bij die lichaamsplekken is een goede verzorging onwijs belangrijk, zodat de haren niet tot irritaties kunnen gaan leiden.

Ook de behoorlijk grote kop van een Groenendaeler is opvallend te noemen. Dat geldt niet alleen voor de afmetingen van de kop, maar ook voor de houding waarin hij zijn kop houdt. Zijn kop wijst in nagenoeg alle instanties de lucht in, waardoor de hond een zeer trotse houding aanneemt. De ogen zijn donkerbruin of zwart en hebben een amandelachtige vorm. De oren zijn klein en driehoekig, maar vallen wel goed op. Dat komt onder meer door de manier waarop hij zijn oren draagt; meestal naar boven toe. De oren staan bovendien behoorlijk dicht bij elkaar.

De grote kop loopt met een lichte welving over in een nek. Deze nek heeft op zijn beurt ook weer een welving naar de “iets lager gelegen” rug. Deze rug is onwijs krachtig om te zien en is grotendeels verantwoordelijk voor de sierlijke uitstraling van dit ras. Aan het uiteinde van de rug is een lange staart te vinden; deze staart is ruim bevederd (lange haren) en heeft een weelderige haargroei. Bij voorkeur wordt de staart hangend gedragen, waarbij de staart tot aan ongeveer de hak van de achterpoot komt.

Zoals gezegd heeft een Groenendaeler altijd een zwarte vacht. Het is echter wel toegestaan dat er een klein wit detail op de voorborst en tenen aanwezig is. Veel reuen hebben daarnaast nog een opvallend kenmerk wat betreft de vacht; de weelderige kraag rondom de hals. Dit is één van de lichaamsplekken waar dit ras te maken kan hebben met bovengemiddeld veel haar.

Tot slot enkele uiterlijke kenmerken op een rijtje:

  • Maximale schofthoogte reu: 66 centimeter.
  • Maximale schofthoogte teef: 62 centimeter.
  • Gemiddelde gewicht reu: 28 kilo.
  • Gemiddelde gewicht teef: 23 kilo.
  • Kleur: zwart

2. Gedrag

In het verleden werd dit ras in België veelvuldig gebruikt als herdershond. Door dit verleden is dit ras nog steeds behoorlijk waaks, maar het is tegelijkertijd ook een perfecte familiehond. Hedendaags worden de Groenendaelers zelfs voornamelijk als familiehond gebruikt.

Dit heeft deels met zijn sociale, lieve en zachtaardige karakter te maken. Het is een behoorlijk grote hond, maar hij doet bij voorkeur helemaal niemand kwaad. Hij heeft graag een centrale rol in een gezin en krijgt het liefst de gehele dag door aandacht. Tegelijkertijd is het ook een hond die zich prima in zijn rol kan schikken; daar helpt zijn intelligentie hem perfect bij. Hij is behoorlijk slim, hij weet zichzelf prima te redden en hij stelt zijn baasje altijd centraal.

Indien het noodzakelijk is, gaat hij voor jou door het vuur. Zodra hij jou écht als zijn baasje ziet, doet hij alles voor je. Hij is onwijs waaks, hij is voor niemand bang en hij heeft onwijs veel energie. Maar, in het dagelijkse leven kan hij binnenshuis behoorlijk rustig zijn. Om dat voor elkaar te krijgen, is het van belang om hem de nodige beweging te geven; daarover lees je later meer.

In sommige gevallen kan een Groenendaeler ietwat nerveus ogen. Hij kan bijvoorbeeld veel rondjes door huis lopen en daarbij een nerveuze indruk maken. Schijn bedriegt echter. Hij is namelijk behoorlijk gevoelig en pikt mogelijk op dat moment het gevoel van één van zijn baasjes op. Die gevoelige aard probeert hij tot uiting te brengen door bovenmatig veel te bewegen. Indien hij zich binnenshuis bevindt, gaat hij daarom nerveus rondlopen. Dit heeft echter níks met nervositeit van doen, maar de oorzaak is juist puur in zijn gevoelige aard terug te vinden.

Tot slot is het opvallend dat een Groenendaeler perfect te trainen is. Het is een zeer gehoorzame hond die behoefte heeft aan strenge regels. Zodra je hem op de juiste manier hebt opgevoed, luistert hij altijd naar je. Hij gaat immers voor jou door het vuur en maakt graag centraal onderdeel van een hechte familie uit.

3. Verzorging

Over het algemeen kost het verzorgen van een Groenendaeler niet al te veel tijd. Het is aan te raden om regelmatig de vacht door te borstelen, maar doe dit niet al té vaak en niet al te lang. Daarmee kan je de prachtige vacht, bijvoorbeeld rondom zijn hals, teniet doen. Borstel bij voorkeur enkele keren per week maximaal 5 minuten lang. Daarmee voorkom je de vorming van klitten en verzorg je zijn vacht optimaal.

Tijdens de rui moet je wel rekening houden met langere verzorgingsperiodes. In de rui verliest een Groenendaeler nogal veel vacht; door zijn vacht goed te borstelen, verwijder je de loszittende haren. Dat voelt vervolgens voor hem een stuk prettiger aan.

Over het algemeen zijn dit behoorlijk gezonde honden. De honden zijn decennialang op de juiste manier gefokt en daar plukken we nu de vruchten van. Je moet echter wel bijzonder scherp op heupdysplasie zijn. Bij deze aandoening is er sprake van overmatige slijtage in de heup, waardoor hij erg veel pijn kan hebben. Loopt je hond mank of zie je dat hij zich niet helemaal vrij kan bewegen? Dan is een bezoek aan de dierenarts aan te raden.

groenendaeler staat in het bos

4. Opvoeding

Is het opvoeden van een Groenendaeler lastig? Nee, dat valt mee. Je moet echter wel onwijs veel tijd in de opvoeding steken. Dat is met name het geval in de eerste maanden van zijn leven. In die maanden is hij namelijk perfect op te voeden, maar daar moet je dan wel de tijd voor vrij maken. Aangezien hij van nature een herdershond is, is hij gewend om voor jou te werken en een taak te vervullen. Maak hier tijdens de opvoeding dan ook gebruik van.

Daarbij is het óók onwijs belangrijk om zeer consequent te handelen. Volg je jouw eigen gemaakte regels niet al te strikt op? Dan neemt hij al snel een loopje met je. Door zijn intelligentie is hij namelijk prima in staat om zijn eigen regels te bedenken of de door jou opgestelde regels naar eigen inzicht in te vullen.

Tijdens de opvoeding moet je ook een belangrijke rol wegleggen voor de socialisatie. Het advies is om hem op jonge leeftijd in aanraking te laten komen met andere honden, zodat hij hier de rest van zijn leven de vruchten kan gaan plukken. Door hem op jonge leeftijd met andere honden in aanraking te laten komen, is hij bijvoorbeeld in staat om in drukke gezinnen zijn eigen plekje te vinden. Let wel op dat je hem niet als kennelhond gaat gebruiken; daar is een Groenendaeler simpelweg niet geschikt voor.

Tot slot is het tijdens de opvoeding aan te raden om met de zachte hand te regeren. Sterker nog; het is absoluut af te raden om een Groenendaeler met harde hand op te voeden. Als je hem met een harde hand opvoedt, maak je van hem een angstige- en mogelijk zelfs een agressieve hond. Pas dus op met wilde armgebaren en stemverheffingen; mogelijk reageert een Groenendaeler daar zeer heftig op.

5. Beweging

Bij het gedrag van een Groenendaeler valt zijn tomeloze energie op. Door deze energie in combinatie met zijn intelligentie is dit ras zéér geschikt voor het spelen van allerlei spelletjes. Hij is een meester in behendigheidsspelletjes, maar ook in spelletjes op het gebied van uithoudingsvermogen weet hij altijd hoge ogen te scoren. Hij doet dit niet alleen heel goed, maar vindt het ook nog eens leuk. Probeer hem dus regelmatig uit te dagen met verschillende soorten spelletjes; daar hou je hem zowel geestelijk als fysiek mee in goede conditie.

Verder is hij van nature gewend om veel te lopen en veel te bewegen. Maak dus lange wandelingen met hem, laat hem naast de fiets mee rennen of ga samen een stuk hardlopen. Door hem voldoende beweging te geven, is hij in staat om zijn energie kwijt te kunnen. Daardoor is hij een stuk rustiger binnenshuis; ook dat is wenselijk.

Pas bij het bewegen wel op voor scherpe bochten of abrupte bewegingen. Hij is relatief groot en zwaar, waardoor dergelijke bewegingen een te zware last voor zijn gewrichten kunnen zijn. Dat is zeker het geval voor zijn heupgewricht, aangezien heupdysplasie een veelvoorkomende aandoening is bij dit ras. Houd daarom tijdens het wandelen ook regelmatig zijn loopje in de gaten. Mocht je een afwijkend loopje constateren, is een bezoek aan de huisarts zeker aan te raden.

6. Geschiedenis

De Groenendaeler is één van de honden die oorspronkelijk uit België komt. Om iets concreter te zijn; dit ras vindt zijn oorsprong in een wijk nabij Brussel; daar heeft hij ook zijn naam aan te danken. Dit ras is ontstaan doordat verschillende zwarte schepershonden met elkaar gekruist werden. Dit vond omstreeks het jaar 1900 plaats.

Door dergelijke kruisingen kwamen er uiteindelijk vier Belgische Herders te leven: de Groenendaeler, de Tervuerense herder, de Mechelse Herder en de Laekense Herder. Deze herders vertonen veel gelijkenissen met elkaar en zijn eigenlijk de trots van honden in België. In het verleden werden de Groenendaelers met name als herdershonden gebruikt, maar tegenwoordig doen deze honden voornamelijk dienst als gezelschapshond. Zodra je hem op een juiste manier op weet te voeden, geniet je van een onwijs lieve en sociale hond. Het is bovendien een genot om dagelijks naar zijn prachtige voorkomen te kunnen kijken.

Heb je vragen of opmerkingen? Plaats hieronder je reactie.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *