Duitse Herder

duitse herder in de natuur

Zoals de naam al doet vermoeden, is de oorsprong van dit ras terug te vinden in Duitsland. In het land van onze oosterburen is dit ras tamelijk populair te noemen; het ras wordt gebruikt voor verschillende doeleinden, maar is ook een ware gezinshond. Doordat de hond onwijs goed getraind kan worden, wordt de hond onder meer door de Duitse politie ingezet. De hond doet ook dienst als speur-, waak- en blindengeleidehond.

Opvallend bij dit ras zijn de gelijkenissen met de Belgische Herder en de Hollandse Herder. Volgens de verhalen zijn deze drie rassen het gevolg van een kruising van zogeheten bastaard-herdershonden. Deze honden werden in de 19e met elkaar gekruist, waarna alle drie de landen hun “eigen” ras kregen. Als je hedendaags de drie herders naast elkaar ziet staan, zie je echter wel duidelijke verschillen. De Duitse Herders hebben een relatief lange levensverwachting: 9 tot 13 jaar.

Inhoudsopgave

  1. Uiterlijke kenmerken
  2. Gedrag
  3. Verzorging
  4. Opvoeding
  5. Beweging
  6. Geschiedenis

1. Uiterlijke kenmerken

Zoals gezegd vertoont een Duitse Herder veel overeenkomsten met bijvoorbeeld de Hollandse Herder. Desondanks bestaan er ook (grote) verschillen, waarbij enkele van deze verschillen goed zichtbaar zijn. Onder meer de kleur van de vacht is anders, terwijl ook de gelaatstrekken van een Duitse Herder anders zijn.

De kop van dit ras is behoorlijk groot te noemen. De grootste aandacht wordt hierbij getrokken door de opstaande oren. Deze oren hebben een driehoekige vorm en zijn behoorlijk lang te noemen. Mede door deze oren toont de kop relatief fors. De amandelvormige ogen zijn meestal donkergekleurd en kunnen je zeer indringend aankijken.

De forse kop loopt over in een gestroomlijnde nek. Deze nek loopt vervolgens weer over in een krachtige rug, waarbij de rug een lichte daling kent. De rug is tamelijk krachtig te noemen, terwijl de poten van een Duitse Herder juist atletisch zijn. Ook is de grote borstkas van de Duitse Herder opvallend te noemen. Het is al met al een gestroomlijnde en krachtige hond om te zien. Aan het einde van de rug is een opvallende staart te zien. De staart kent namelijk aan de onderzijde meer beharing dan aan de bovenkant. Verder is het opvallend dat deze staart nóóit krullend gedragen wordt. De staart hangt altijd naar beneden.

Qua vacht bestaan er twee variaties van de Duitse Herder: stokhaar en langstokhaar. Bij beide vachtvarianten is er sprake van een wollige ondervacht. Bij de stokhaar variant is er sprake van een stugge bovenvacht, waarbij deze vacht aan de voorkant van de hond kort is. Aan de achterkant is de vacht langer. Bij de langstokhaar variant is de vacht zachter en is de aansluiting tussen deze vacht en de wollige ondervacht minder hecht. Hierdoor is het net alsof de Duitse Herder een complete laag van haar heeft; de hond kan hierdoor soort van manen rondom de hals krijgen.

De wollige ondervacht heeft een grauwgrijze tint, terwijl de bovenvacht verschillende kleuren kan hebben. Volledig zwart of volledig wolfsgrauw komt af en toe voor, maar in de meeste gevallen is de vacht zwart met roodbruine, gele, geelgrauwe of bruine details. Deze details kunnen soms echter op onwijs veel plekken op het lichaam zichtbaar zijn, waardoor de hond meer bruine haren dan zwarte haren heeft. In nagenoeg alle gevallen is het gebied rondom de neus van de Duitse Herder wel volledig zwart. Ook dat is een opvallend aspect van het gezicht van dit ras.

In vergelijking met de Hollandse Herder is de Duitse Herder overigens iets groter. De maximale schofthoogte van een reu is bijvoorbeeld 3 centimeter groter. Ook weegt een Duitse Herder gemiddeld meer dan een Hollandse Herder.

Tot slot enkele uiterlijke kenmerken op een rijtje:

  • Maximale schofthoogte reu: 65 centimeter.
  • Maximale schofthoogte teef: 60 centimeter.
  • Gemiddelde gewicht: 35 kilo (reu) en 27 kilo (teef).
  • Kleur: gevarieerd.

2. Gedrag

Zelfverzekerd, moedig, loyaal en leergierig. Met die termen kan het gedrag van een Duitse Herder het beste getypeerd worden. Met name de loyaliteit valt hierbij ontzettend op. De hond werkt graag met je samen, hij bouwt graag een hechte band met je op en gaat graag samen op pad. Binnen een gezin vindt hij het ook heerlijk om een centrale plaats in te nemen.

De hond is bovendien waaks en beschermt jou en jouw gezin perfect tegen kwaadwillende. Bovendien gaat hij goed met jonge kinderen om; het advies is echter altijd om je Duitse Herder nooit alleen te laten met je kind. Verder valt het op dat de hond relatief goed met andere honden om kan gaan.

Net zoals bij de Hollandse Herder stelt ook dit ras veel waarde aan een samenwerking met zijn baasje. Hij wil graag met jou samenwerken, hij wil graag verschillende taken uitvoeren en hij wil absolúút niet de hele dag in zijn hondenmand liggen. Door deze eigenschappen komt een Duitse Herder prima van pas op bijvoorbeeld een boerderij.

Binnen het ras van de Duitse Herder bestaan twee varianten: het showtype en het werktype. Het showtype is meer geschikt als een huishond, terwijl het werktype meer dienst doet als een werkhond. Het werktype wordt dan ook ingezet als een waakhond, een speurhond en/of een politiehond.

3. Verzorging

Door de wollige ondervacht is het onwijs belangrijk om de vacht van de Duitse Herder goed te verzorgen. Het advies hierbij is om 2 á 3 keer per week de vacht te borstelen, zodat vuil zich niet in de vacht kan gaan nestelen. Ook voorkom je hiermee dat het haar van de hond gaat klitten. Opvallend hierbij is overigens dat de haren van een Duitse Herder behoorlijk los zitten. Bij het borstelen trek je dus behoorlijk wat haren uit de vacht van je hond. Voor het borstelen van de ondervacht zelf kan je een speciale borstel gebruiken. Daarmee voorkom je dat de haren van de hond nog losser gaan zitten.

Een Duitse Herder kent enkele gezondheidsrisico’s. Dat komt onder meer door de grote borstkas. Door deze grote borstkas hebben de inwendige organen veel ruimte, waardoor maagtorsie relatief vaak voorkomt. Hierbij is sprake van de draaiing van de maag; dit brengt een hoog risico op overlijden met zich mee. Maak daarom binnen twee uur na een maaltijd ook geen lange wandeling met de hond.

Verder is het goed om tijdens het wandelen je hond te observeren. Onder meer elleboog- en heupdysplasie komen veelvuldig voor bij dit ras. Hierbij sluiten de onderdelen in de gewrichten niet goed aan, waardoor de gewrichten snel gaan slijten. Dit kan je onder meer herkennen aan een moeizaam of mank loopje van de hond. Overigens komt ook spondylose veelvuldig voor. Hierbij is sprake van slijtage tussen de rugwervels, waardoor de groei van het botweefsel niet altijd naar wens verloopt. Het gevolg hiervan kan gevarieerd zijn: van rugpijn tot aan een uitval van de rugzenuwen.

duitse herder ligt op een grasveld

4. Opvoeding

De Duitse Herder is over het algemeen een behoorlijk gevoelige hond. Dit betekent dat bij de opvoeding liefdevolle aandacht en positiviteit centraal moet staan. Beloon je hond bij goed gedrag en negeer de hond bij slecht gedrag. Het heeft absoluut geen zin om de hond met de harde hand op te voeden. In dat geval haal je juist het slechtste bij de hond naar boven, aangezien hij angstig en onzeker gaat worden.

Verder heeft een jonge Duitse Herder veel baat bij rust, consequentie en aandacht. Met name de rust is in de eerste maanden van groot belang. Een Duitse Herder kan namelijk in de eerste maanden nogal geïmponeerd zijn van nieuwe dingen die hij ziet of mee maakt. Tijdens de opvoeding moet je hem dus rustig laten wennen aan nieuwe omgevingen en nieuwe dingen.

Tijdens de opvoeding draait eigenlijk alles om samenwerken. Het is een loyale hond die graag met jou samen gaat werken. Je moet dus vanaf het allereerste moment een hechte band met hem op zien te bouwen. Geef hem veel liefdevolle aandacht, trek samen met hem er op uit en geef hem zelf taken mee. Dankzij dergelijke taken kan hij zijn intelligentie ook tot uiting laten komen.

Tot slot is een puppycursus absoluut aan te raden. Tijdens deze cursus kan je hond goed aan andere honden gaan wennen. Bovendien kan je tijdens deze cursus ook de focus leggen op het los laten lopen van de hond. Van nature is een Duitse Herder gewend om te “drijven”. Op het moment dat je tijdens het los lopen bijvoorbeeld een groep wandelaars tegen komt, kan je hond deze wandelaars ook gaan “drijven”. Dat is uiteraard niet wenselijk; leg dus tijdens de opvoeding ook veel focus op het los laten lopen van de Herder.

5. Beweging

In het verleden werd de Duitse Herder veel op boerderijen gebruikt voor het bewaken van kuddes vee. Door zijn imposante voorkomen, zijn atletische bouw en zijn harde blaf was hij hier de ideale hond voor. Door deze taak is het ras van nature gewend om onwijs veel te bewegen. Beweegt een Duitse Herder te weinig? Dan gaat hij al snel ongewenst gedrag vertonen. Zorg er dus voor dat je dagelijks lange wandelingen met hem maakt of dat hij op een andere manier zijn energie kwijt kan.

Ook zwemmen of naast de fiets mee rennen zijn geschikte bewegingsactiviteiten voor jouw Duitse Herder. Je moet hierbij wel rekening houden met abrupte stops, scherpe bochten of gladde ondergronden. Wees daar voorzichtig mee en ontzie de gewrichten van je hond zoveel mogelijk. Ook is het aan te raden om bij temperaturen van meer dan 20 graden rustig aan te doen met de hond. Hij kan het relatief snel warm hebben; vermijd daarom lange wandelingen als het zo warm is.

Tot slot is het verstandig om veel taken samen met je hond uit te voeren. Hij hecht veel waarde aan een hechte band en doet daarom ook graag dingen sámen met jou. Trek er samen op uit, speel leuke spelletjes met hem en laat hem heerlijk los rennen. Daar maak je een Duitse Herder écht gelukkig mee.

6. Geschiedenis

Rond de 19e eeuw zag de Duitse Herder voor het eerst het levenslicht. Verschillende bastaard-herdershonden werden met elkaar gekruist, waarna uiteindelijk in Duitsland dit ras ontstond. In België ontstond de vergelijkbare Belgische Herder en in Nederland de Hollandse Herder.

Vanaf het allereerste moment waren de Duitsers onwijs blij met dit ras. Het was namelijk de perfecte hond voor het beschermen van kuddes vee. De hond was loyaal, had een harde blaf en had een uitstekend uithoudingsvermogen. Door zijn intelligentie was hij bovendien in staat om zelfstandig taken uit te voeren. Al snel werd het ras ook voor andere doeleinden gebruikt. Hedendaags doet het ras dient als blindengeleidehond, waakhond, speurhond en politiehond.

Het ras heeft uiteindelijk ook de oversteek naar ons land gemaakt. Ook in ons land wordt het ras voor de bovengenoemde doeleinden gebruikt. Daarnaast hebben huishoudens het ras ook in huis genomen als een ware gezinshond. Als je een Duitse Herder met veel liefde en aandacht opvoedt, verkrijg je een onwijs lieve hond. Een hond die graag met je samenwerkt, een hond die graag over jou en jouw gezin waakt en een hond die onwijs fraai is. Dat is eigenlijk de Duitse Herder in een notendop omschreven.

Heb je vragen of opmerkingen? Plaats hieronder je reactie.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *