De Labradoodle, een energieke, kindvriendelijke maar vooral intelligente hond. In dit artikel vind je alle informatie die je moet weten over dit type viervoeter.

Het ras wordt vaak door mensen met een allergie voor honden aangeschaft. De Labradoodle is namelijk één van de weinige hondenrassen die geen tot nauwelijks allergische reacties opwekt bij sterk reagerende personen.

Een Labradoodle heeft over het algemeen veel energie. Dit type hond is dus niet helaas voor iedereen weggelegd. Labradoodles worden gemiddeld tussen de 10 en 13 jaar oud.

Inhoudsopgave Labradoodle

  1. Uiterlijke kenmerken
  2. Gedrag
  3. Verzorging
  4. Opvoeding
  5. Beweging
  6. Geschiedenis

1. Uiterlijke kenmerken

De Labradoodle kent over het algemeen 3 type vachten.

  • Curly vacht: kleine stevige krullen (heeft iets weg van een poedelvacht).
  • Fleece vacht: stuk zachter dan de curly vacht. De krullen zijn hier duidelijk minder.
  • Curly fleece vacht: combinatie van bovenstaande vachten. Duidelijke krullen maar een stuk zachter dan de curly vacht.

De kleur van de vacht kan erg verschillen. Denk aan een zilverkleurige vacht tot zwart, rood of bruin.

Qua formaat zijn er wederom 3 types te onderscheiden.

  • Mini Labradoodle: tussen de 35 en 42 centimeter hoog en weegt doorgaans tussen de 7 en 13 kilogram.
  • Medium Labradoodle: tussen de 43 en 52 centimeter hoog en weegt doorgaans tussen de 13 en 20 kilogram.
  • Standaard Labradoodle: tussen de 53 tot 63 centimeter hoog en weegt doorgaans tussen de 23 en 30 kilogram.

Bovenstaande maten kunnen verschillen en zijn ook afhankelijk van het geslacht van de hond.

2. Gedrag

Werklustig, sociaal, vrolijk maar vooral ook de clown uit hangen is wat de Labradoodle kenmerkt. Er gaat geen dag voorbij zonder dat je met je viervoeter kunt lachen.

De hond voelt mensen feilloos aan maar kan ook rustig en kalm zijn. De Labradoodle wordt door deze eigenschappen ook vaker ingezet als hulphond. Denk bijvoorbeeld ook aan kinderen met een beperking. Voor de viervoeter maakt het niet uit wie je bent, de hond is je altijd trouw en voelt zich ook verantwoordelijk om te helpen.

Ook naar vreemden is de Labradoodle gemakkelijk in omgang maar familie staat bij deze hond toch echt op nummer één.

Let wel op dat wanneer je de hond in de buurt van kinderen wilt meenemen, het belangrijk is dat de hond ook in de opvoeding betrokken wordt met kinderen. Al heeft de hond veel goede genen voor een vriendelijke omvang, toch is menselijk contact (ook met baby’s) vanaf de eerste levensjaren dan van groot belang.

Spelen doet de Labradoodle heel erg graag, het liefst de hele dag. Maar als er gewerkt moet worden, dan ook staat de krullenkop altijd voor je paraat. Het baasje gelukkig maken is prioriteit.

3. Verzorging

Qua verzorging is de Labradoodle een ideale hond. Ze zijn namelijk gek op water, modder en alles wat vochtig is. Huh? Maar dat is juist geen enkel probleem!

Doordat de hond een droge vacht heeft hoef je ‘m alleen af te spoelen, even drogen en daarna stinkt de viervoeter totaal niet. Overige stukjes vuil vallen zo van z’n vacht af en loopt je hond vrolijk verder. Er blijft dus niks hangen waardoor er nare geurtjes kunnen ontstaan. Even stofzuigen van de afgevallen stukjes troep en er is niks aan de hand.

Met betrekking tot haar uitval is hier nauwelijks sprake van. Is dit toch het geval, dan is het belangrijk om deze haren goed uit de vacht de kammen. Anders kan er vervilting ontstaan. Borstelen vind de Labradoodle geen probleem zolang je hem hiermee wel rustig introduceert tijdens zijn opvoeding.

Elleboog- en heupdysplasie zijn vaak voorkomende erfelijke aandoeningen bij dit ras. Bij deze aandoening zitten de gewrichten niet goed op elkaar waardoor er veel pijn kan ontstaan in korte tijd door slijtage.

Helaas kan de viervoeter ook wel eens ziek worden doordat hij net wat gevoeliger is voor allergieën. Overleg met de dierenarts goed over het type voer dat je hem voorschotelt om narigheid zoals overgeven, diaree, ontstekingen of vachtproblemen te voorkomen.

Oorontsteking komt bij de Labradoodle vaak voor en zorgt voor een nare geur afkomstig uit de oren. Ook aan de rode kleur op de huid in het oor en oorsmeer in de kleur bruin en zwart bij de gehoorgang, is dit goed te merken. Kijk dus altijd goed na of er geen haren groeien in de gehoorgang van de hond om ontstekingen te voorkomen.

4. Opvoeding

witte labradoodle puppy in het gras

De Labradoodle klinkt inmiddels als dé perfecte hond maar ook deze viervoeter heeft een goede opvoeding nodig. Zo kan de hond een trouwe viervoeter worden waar je op kunt rekenen.

Het is van belang om de hond goed te socialiseren, commando’s aan te leren en rustig te laten wennen aan allerlei prikkels in verschillende omgevingen.

Zoals eerder benoemd is de Labradoodle een enorm vriendelijke en sociale hond en kan daarom van alles en nog wat leuk vinden. Dit kan ervoor zorgen dat de hond hyperactief wordt. Door de hond te leren dat niet alles aandacht waardig is, kun je de hond rustiger en kalmer maken.

Tijdens het oefenen kan het voorkomen dat prikkels voor de Labradoodle te veel worden en hij snel afgeleid is. Je zult dan zien dat hij veel gaat springen, blaffen of aan de lijn trekken. Onthoud dan in je achterhoofd dat dit komt omdat de krullenkop nog jong en speels is. Probeer je eigen rust te bewaken en ga niks forceren of dwingen.

Wanneer je wilt gaan wandelen kan de hond ook flink te keer gaan (van enthousiasme). Door dan rustig te blijven en te wachten tot de aandacht bij jou ligt, helpt vaak al een hele hoop. Door geen aandacht te geven, zal de hond merken dat hij niet beloond wordt voor drukte. De Labradoodle vindt het erg belangrijk om goed voor zijn baasje te werken dus zal snel begrijpen dat hij niet altijd druk moet zijn.

Ook kun je de Labradoodle gerust meenemen naar een hondentraining waar hij gaat socialiseren met andere honden en verschillende oefeningen uitvoert. Juist omdat hier veel prikkels aanwezig zijn is dit een goede les voor de hond.

Training is zowel buiten als binnen belangrijk. Oefen dus ook gerust in huis. Wil je dat hij niet op de bank gaat zitten? Train dit dan ook al vanaf het eerste moment.

5. Beweging

Spelen en los kunnen rennen is erg belangrijk voor de Labradoodle. Neem hem dan ook veel mee met wandelen. Een klein blokje om is vaak niet voldoende.

Ook speur- en zoekwerk is ideaal voor deze hond. Al is het wel belangrijk variatie in het spel te houden zodat de hond niet snel verveeld raakt. Nieuwe prikkels en stimulansen zijn essentieel om de hond goed door te ontwikkelen.

De krullenkop is al snel blij te maken met speeltjes maar het liefst speelt hij met jou (zijn baasje). Neem hem dus gerust mee op gezinsactiviteiten of als je op pad gaat. Dit vindt hij hartstikke leuk.

Met betrekking tot wild spelen is dit af te raden in het begin als het nog een pup is. Dit komt mede door de eerder benoemde elleboog- en heupdysplasie. Meid gladde vloeren en laat de pup niet te druk achter een balletje aanrennen om deze nare aandoening te voorkomen.

Het opbouwen van bewegen is heel belangrijk. Naast de fiets rennen en zwemmen is prima maar zorg dat dit geleidelijk in het leven van de hond wordt geïntroduceerd.

6. Geschiedenis

De Labradoodle is afkomstig uit Australië. Het ras wordt daarom ook vaak de Australische Labradoodle genoemd en is pas ontstaan in 1989.

Het hondenras is tot stand gekomen door de vraag naar een hulphond die geen allergische reactie opwekt. Kortom, de hond moest voldoen aan een hoop eisen: hypoallergeen, behulpzaam, betrouwbaar, rustig, intelligent en werklustig.

De Labradoodle is ontstaan door een poedel met een labrador te kruisen. Dit is gedaan door Willy Conran. Later zijn er nog meer hondenrassen gemixt met de toenmalige Labradoodle zoals de Amerikaanse en Engelse cockerspaniël, de Curly coated retriever en de Ierse waterspaniël.

Door al deze kruisingen is hij precies gefokt zodat hij goed functioneert als hulphond voor mensen met een allergie voor honden.

Wellicht zijn deze artikelen ook interessant?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *