Appenzeller Sennenhond

appenzeller sennenhond staat in een grasveld

In het bergachtige land Zwitserland vinden meerdere hondenrassen hun oorsprong. Dat is het geval voor onder meer de Appenzeller Sennenhond, maar ook voor drie andere sennenhonden. In totaal bestaan er vier verschillende soorten sennenhonden, waarvan de Appenzeller Sennenhond de op één na kleinste is. De Berner Sennenhond en de Grote Zwitserse Sennenhond zijn groter, terwijl de Entlebucher Sennenhond de kleinste variant is.

Door de jaren heen zijn de vier verschillenden sennenhonden vrij populair geworden. Dit komt onder meer doordat deze hondenrassen goed op te voeden zijn; iets wat ook zeker geldt voor de Appenzeller Sennenhond. Deze hond is niet alleen relatief goed op te voeden, maar heeft ook een prachtig uiterlijk. Hij ziet er imposant uit, heeft een prachtige vacht en heeft ook nog eens een super innerlijk.

Mocht je een Appenzeller Sennenhond in huis halen, ben je verzekerd van een gezellige en energieke hond. Dit ras is de vriendelijkheid zelve, maar kent ook zijn waakse kant. Met een Appenzeller Sennenhond voel je je in ieder nooit eenzaam of onveilig. Bijkomend voordeel; het is een behoorlijk gezond ras. Een gemiddelde Appenzeller Sennenhond wordt 12 tot 14 jaar oud.

Inhoudsopgave

  1. Uiterlijke kenmerken
  2. Gedrag
  3. Verzorging
  4. Opvoeding
  5. Beweging
  6. Geschiedenis

1. Uiterlijke kenmerken

Mocht je een sennenhond op straat zien lopen, zie je wellicht niet direct welk ras het precies is. De Appenzeller Sennenhond weet zich te onderscheiden door zijn schofthoogte; het is de op één na kleinste variant van de sennenhonden. Met een gemiddelde schofthoogte van zo’n 54 cm (reu) en 52 cm (teef) is het echter geen kleine hond te noemen. Het feit dat hij een behoorlijk slank, harmonisch en atletisch lichaam heeft, is duidelijk terug te zien in zijn lichaamsgewicht. Een volwassen Appenzeller Sennenhond weegt tussen de 25 en 28 kilo.

Over smaak valt eigenlijk niet te twisten, maar veel mensen zijn het er toch wel over eens; dit is een prachtige hond om te zien. Hij is niet te fors gebouwd, maar hij ziet er juist harmonisch en atletisch uit. Dit komt onder meer door zijn korte en rechte rug. De achterhand van hem is ook kort te noemen, maar kenmerkt zich voornamelijk door een flinke bonk aan spieren. Mede door deze gespierde achterhand is de Appenzeller Sennenhond een zeer gespierde hond.

Iets wat ook bijzonder fraai aan dit ras is, is zijn wigvormige kop. Zijn kop is niet al te groot te noemen, mar kan ook zeker niet als een kleine kop omschreven worden. Zijn snuit is licht toelopend en kent vaak meerdere soorten kleuren vacht. Zijn oren zijn hoog aangezet, zijn vrij breed te noemen en worden hangend gedragen. Als je een Appenzeller Sennenhond recht in zijn ogen aankijkt, zie je levendige en donkergekleurde ogen. Zijn ogen hebben een bruine kleur, zijn niet al te groot en hebben de vorm van een amandel.

Zijn fraaie kop loopt over in een korte en gespierde hals. Zoals hierboven reeds aangegeven, is zijn rug recht en kort te noemen. Aan het einde van zijn rug is een hoog aangezette staart te vinden. Deze staart is nogal harig, is relatief lang en wordt in een krul over de rug gedragen. De staart is zeker één van de mooiste lichaamsdelen van dit ras.

De vacht van een Appenzeller Sennenhond bestaat uit twee verschillende vachten; een dichte onderwol en een korte dekkende vacht. De kleur van zijn vacht staat niet per definitie vast, maar is of zwart of bruin of grijs. Deze hoofdkleur wordt vervolgens afgetekend met roestbruine aftekeningen en een witte bles bij zijn voorhoofd. Ook op zijn borst en hals kun je witte aftekeningen vinden, terwijl de roestbruine aftekeningen te vinden zijn bij zijn poten en bij zijn ogen.

Tot slot enkele uiterlijke kenmerken op een rijtje:

  • Gemiddelde schofthoogte reu: 54 centimeter.
  • Gemiddelde schofthoogte teef: 52 centimeter.
  • Gemiddelde gewicht: 27 kilo.
  • Kleur: zwart, bruin of grijs met witte en/of roodbruine aftekeningen.

2. Gedrag

In het verleden werd dit ras veelvuldig ingezet als een boerderijhond of als een hofhond. Het feit dat dit ras in het verleden op een dergelijke wijze ingezet werd, is ook nog duidelijk terug te zien in het hedendaagse karakter. Een Appenzeller Sennenhond is namelijk behoorlijk moedig te noemen, is energiek, is sterk en is eigenlijk altijd opgewekt.

Binnenshuis is dit dan ook een hond waar je onwijs veel plezier aan gaat beleven. Hij doet graag leuke dingen met je, hij omringt zich graag met mensen en hij is de vriendelijkheid zelve. Als hij eenmaal doorheeft wie zijn baasjes zijn, gaat hij voor hen door het vuur. Hij is niet per sé super aanhankelijk te noemen, maar hij vindt het wel super om veel positieve en liefdevolle aandacht te krijgen.

Als hij zich in zijn gezin thuis voelt, is hij ook behoorlijk komisch te noemen. Het is een hond waar je absoluut mee/om kunt lachen en waar je dus zeker veel plezier aan gaat beleven. Daarbij komt ook nog eens dat hij prima om kan gaan met andere huisdieren én met kinderen. Het advies is echter om hem nooit alleen met kinderen te laten, aangezien een ongeluk altijd in een kleine hoek zit. Zorg dat je hier voorzichtig en verstandig mee om gaat.

Als je eenmaal met de Appenzeller Sennenhond op straat komt, merk je pas wat voor stoere bink hij is. Hij is behoorlijk actief, hij is zelfstandig en hij is intelligent. Als hij voor andere honden of mensen komt te staan, is hij echter behoorlijk terughoudend. Hij kijkt liever eerst de kat uit de boom en kijkt daarbij ook direct of zijn baasjes geen gevaar lopen. Mocht hij inschatten dat zijn baasje(s) wel gevaar lopen, komt hij direct in actie. Daarvoor komen zijn moed en zijn intelligentie prima van pas.

Tot slot is het goed om te weten dat hij behoorlijk zachtaardig is. Je moet er dus zeker rekening mee houden dat hij jouw emoties over kan nemen en dat hij zich dus sommige dagen ook even iets minder lekker kan voelen. Mocht daar sprake van zijn, gaat hij echter rustig in zijn mand liggen en heb je ook geen kind aan hem. Eigenlijk is het een super prettige hond om in huis te hebben; het is bovendien een hond waar je op kunt bouwen en een hond die bijster loyaal te noemen is.

3. Verzorging

Over het algemeen hoef je niet al te veel tijd te besteden aan de verzorging van een Appenzeller Sennenhond. Zijn bovenste vacht is namelijk relatief kort en dicht te noemen, waardoor het wel aan te raden is om zijn vacht af en toe door te borstelen. Maar, het is niet aan te raden om zijn vacht dagelijks door te borstelen; daarmee kun je zelfs de vachtstructuur aantasten. Borstel zijn vacht ongeveer één keer per week en verlos hem daarbij van losliggende haren in zijn vacht.

Twee keer per jaar kun je veelvuldig met de stofzuiger in jouw huis rondlopen. Een Appenzeller Sennenhond komt namelijk twee keer per jaar in de rui, waarbij hij onwijs veel haren verliest. Tijdens deze periode ben je niet alleen veel tijd kwijt aan het stofzuigen, maar ook aan het borstelen van zijn vacht. Door zijn vacht goed te borstelen, voorkom je dat hij last gaat krijgen van de rui. Borstel hem tijdens de rui zeker één keer per dag.

Verder is het advies om de “reguliere” verzorging uit te voeren. Hierbij kun je denken aan het schoonhouden van de oren, het schoonhouden van de ogen, het bijknippen van zijn nagels en het poetsen van zijn gebit. Over het algemeen is de Appenzeller Sennenhond een gezonde hond te noemen. Wel moet je rekening houden met enkele veelvoorkomende aandoeningen; heup-, elleboogdysplasie en patella luxatie komen veelvuldig voor bij dit ras.

Bij patella luxatie zit de knieschijf los in de kom, waardoor hij behoorlijk veel pijn ervaart. Hij gaat ook al snel hierdoor mank lopen, waarna je maar één ding kunt doen; direct naar de dierenarts toe. Dat is ook het geval als hij last heeft van elleboog- en/of heupdysplasie. Bij deze aandoening slijt het gewricht vrij snel, doordat de interne onderdelen niet meer goed op elkaar aansluiten. Dit kan je ook herkennen aan een mank loopje van de Appenzeller Sennenhond.

appenzeller sennenhond staat op grind en kijkt achterom

4. Opvoeding

Bij het opvoeden van een Appenzeller Sennenhond spelen de volgende termen een cruciale rol; consequentie, positiviteit, persoonlijke aandacht en socialisatie. Doordat hij behoorlijk intelligent, leergierig en zelfstandig is, kun je hem relatief goed en snel opvoeden.

Het is echter wel goed om te beseffen dat de opvoeding van een Appenzeller Sennenhond niet voor iedereen weggelegd is. Je moet – onder meer door zijn intelligentie – namelijk zeer standvast zijn, zeer consequent zijn en duidelijke regels hanteren. Doe je dat niet? Dan neemt hij vanzelf een loopje met de regels en gaat hij deze regels al snel zelf invullen.

Besteed bovendien heel veel tijd aan de socialisatie. Zoals onder het kopje “gedrag” al vermeld, is hij namelijk behoorlijk terughoudend ten opzichte van andere honden en mensen. Door op een jonge leeftijd met hem naar een puppycursus te gaan, weet je hem al snel met andere honden in aanraking te laten komen. Hierdoor heeft hij al vroegtijdig door dat andere honden eigenlijk geen kwaad doen en dat resulteert uiteindelijk in het gewenste gedrag van de Appenzeller Sennenhond.

Voorkom bovendien dat je hem met de harde hand op gaat voeden. Zodra je met stemverheffingen of wilde armbewegingen aan de slag gaat, weet je hem juist agressief of onrustig te maken. Voorkom dat en geef hem juist veel positieve en liefdevolle aandacht. Beloon bovendien het gewenste gedrag; door zijn leergierigheid en intelligentie heeft hij vervolgens snel door wat het gewenste gedrag is.

5. Beweging

Een Appenzeller Sennenhond vindt het leuk om te bewegen, maar hij vindt het nóg leuker om samen met jou te bewegen. Loop daarom samen lange stukken, laat hem naast de fiets mee rennen of ga samen met hem joggen. Ook vindt hij het super om leuke spelletjes te spelen, om los rond te kunnen huppelen en om mentaal uitgedaagd te worden.

Bij dit ras is het van belang om voor de nodige variatie te zorgen. Zorg er voor dat je niet elke dag hetzelfde stuk wandelt, maar probeer hiermee te variëren. Speel daarnaast verschillende soorten spelletjes met hem, waarbij je hem ook nog als hulp- of reddingshond kunt gaan trainen. Zodra je hem maar van voldoende afwisseling blijft voorzien, vindt hij het super om in beweging te komen.

Let daarbij wel goed op; het advies is om geen abrupte bewegingen en scherpe bochten te maken. Mocht je hier niet mee oppassen, is het goed mogelijk dat hij last van zijn gewrichten gaat krijgen. Onder meer heup- en elleboogdysplasie en patella luxatie liggen op de loer. Mocht je hem tijdens het wandelen mank zien lopen, is een bezoek aan de dierenarts aan te raden.

6. Geschiedenis

Voor de oorsprong van de Appenzeller Sennenhond moeten we naar de Zwitserse regio Appenzell. In deze regio werd dit ras veelvuldig ingezet als veedrijver, veehoeder en waakhond. Door zijn karakter en zijn imposante voorkomen was hij uitermate geschikt voor dergelijke doeleinden. Dit ras was overigens ook zeer geliefd bij inwoners van boerderijen; het Zwitserse woord “sennen” betekent bijvoorbeeld vrij vertaald “boerderij”.

Het is niet volledig duidelijk hoe dit ras tot stand gekomen is. Feit is wel dat hij deel uitmaakt van de sennenhonden, samen met de Grote Zwitserse Sennenhond, de Entlebucher Sennenhond en de Berner Sennenhond. Hoe deze sennenhonden exact gekruist zijn, is tot op heden nooit volledig duidelijk geworden. Wat wij wel zeker weten, is dat de Appenzeller Sennenhond een super loyale, leuke en vrolijke hond is. Mocht je dit ras in huis halen, ben je veelal verzekerd van een grote glimlach op jouw gezicht.

Heb je een vraag of opmerking? Plaats hieronder je reactie.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *