De Jack Russell Terriër is het populairste kleine hondenras in ons land. Dit komt niet alleen omdat de Jack Russell Terriër er zo schattig uit ziet, maar ook zeker omdat het om een echt gezelschapshondje gaat. Het ras is net een wandelende knuffel, maar in feite gaat het om een onvermoeibare jachthond. Gelukkig is de hond goed met kinderen, want het zijn voornamelijk gezinnen met (jonge) kinderen die ervoor kiezen een Jack Russell Terriër aan te schaffen. Gemiddeld wordt dit type viervoeter 15 jaar oud.

Download het Jack Russell Terriër handboek

Inhoudsopgave Jack Russell Terriër

  1. Uiterlijke kenmerken
  2. Gedrag
  3. Verzorging
  4. Opvoeding
  5. Beweging
  6. Geschiedenis

1. Uiterlijke kenmerken

De Jack Russell Terriër is een actieve, sterke en lenige hond. Waar voornamelijk grotere honden wat lomp en langzaam kunnen zijn, is dit bij deze kleine hond zeker niet het geval. Het ras wordt namelijk gekenmerkt door zijn vele vlugge bewegingen.

De kop van de Jack Russell Terriër is middelmatig breed en eindigt in een versmalde snuit. De ogen zijn klein en hebben een amandelvorm. De oren zien er per Jack Russell Terriër weer anders uit. De ene hond heeft hangoortjes, de andere hond heeft knoporen. Bij een knopoor is de oorschelp gedraaid en hangt het puntje van het oor naar beneden.

Het beestje ziet er een beetje vierkant uit. Dit komt omdat de poten even lang zijn als de afstand van de schouder tot de onderzijde van de borst. De borst zelf is diep, maar niet echt breed. Het hondje heeft een gespierde onderkant, die eindigt in een hoog aangezette en korte staart. In de staart zit geen krul, deze staat recht omhoog.

De Jack Russell Terriër heeft een harde en korte vacht. Wel is het goed om te weten dat dit hondenras drie verschillende vachttypen kan hebben. Dit zijn de typen glad, ruwharig en “broken”. Een “broken” vacht zit tussen een gladde en ruwharige vacht in. De kleur van de vacht is overwegend wit, met een paar aftekeningen in de kleuren zwart, kastanjebruin en/of roodbruin.

Het hondje is tussen de 25 en 30 centimeter hoog. Voor iedere 5 centimeter, reken je ongeveer 1 kilo aan gewicht voor de Jack Russell Terriër. Oftewel, als jouw hondje 25 centimeter hoog is, moet het beestje ongeveer 5 kilo wegen.

2. Gedrag

De Jack Russell Terriër ziet er schattig uit, maar in feite is het ras erg moedig en fel. Daarom noemen experts deze unieke hond ook wel “een grote hond in een kleine verpakking”. Soms moet je jouw Jack Russell Terriër tegen zichzelf beschermen. Dan doet het beestje net of het een grote hond is en gaat de viervoeter andere honden uitdagen. Niet zo handig, gezien het kleine formaat van de Jack Russell Terriër. Blijf daarom altijd alert als je een Jack Russell Terriër hebt, want het beestje kan zichzelf in benarde posities brengen.

De Jack Russell Terriër is altijd haantje de voorste. Omdat het een echte jachthond is, kan het beestje veel blaffen. Het is goed hier rekening mee te houden als je dit ras aan wil schaffen. Kun je absoluut niet tegen blaffende honden, dan is het wellicht beter een ander ras in huis te halen.

Download het Jack Russell Terriër handboek

Verder houdt deze jachthond absoluut van jagen. Niet alleen op ballen en andere speeltjes, maar soms ook op auto’s en fietsers. Leer je hond aan dat dit niet de bedoeling is, want anders kan het beestje zichzelf in een gevaarlijke situatie brengen. Met kinderen kan de jachthond overigens goed opschieten, maar dan moet de hond wel weten dat kinderen niet bedoeld zijn om op te jagen. Een goede opvoeding, zeker in een huishouden met kinderen, is dan ook erg belangrijk.

Een Jack Russell Terriër die zich verveelt, gaat leuke activiteiten voor zichzelf bedenken. Graven, krabben aan meubels en ga zo maar door. Als je wil voorkomen dat je tuin overhoop gehaald wordt en je inboedel na een tijdje rijp is voor de stort, is het belangrijk dit eigenwijze hondje goed bezig te houden. Overigens is dit helemaal geen straf, want de Jack Russell Terriër is een vrolijke en dankbare hond die het heerlijk vindt om met zijn baasje te spelen.

3. Verzorging

Een groot voordeel van de Jack Russell Terriër, is het feit dat deze hond een korte vacht heeft. Deze hoef je nauwelijks te verzorgen. Heb je een hondje met ruwe vacht? Dan moet je deze eens per jaar (laten) plukken. Dit kun je zelf doen, maar ook bij de hondentrimsalon.

De meeste Jack Russell Terriërs zijn gezond, maar er komen wel enkele gezondheidsproblemen voor bij het ras. Het gaat om de onderstaande aandoeningen.

  • Patella luxatie: ook wel losse knieschijven genoemd. Honden met losse knieschijven lopen mank en soms op drie pootjes.
  • Oogafwijkingen: waaronder grauwe staar. Ook lensluxatie, waarbij de lens loslaat van het oog, komt voor bij de Jack Russell Terriër.
  • Distichiasis: oftewel “verkeerd geplaatste” wimpers. Heeft je hondje deze aandoening, dan irriteren de wimpers het oog.
  • Aangeboren doofheid: aan één of beide oren.

Een zeldzame aandoening die voorkomt bij dit ras, is myokemie. Dit is een neurologische aandoening die ervoor zorgt dat de spieren onwillekeurig samentrekken. Honden met deze aandoening krijgen heftige aanvallen, die mettertijd steeds erger worden.

4. Opvoeding

jack russell terriër die naast een raam zit

Haal je een Jack Russell Terriër puppy in huis, dan is de kans groot dat je even flink moet wennen aan dit gezelschap. Een pup van dit ras is namelijk erg aanwezig. Het beestje reageert op alle prikkels om zich heen en wil absoluut niets missen. Daarom rent de pup van hot naar her. Het is belangrijk de pup aan te leren dat hij prikkels moet negeren. Doe je dit niet, dan blijf je met een zeer aanwezige en hyperactieve volwassen hond zitten. Soms gezellig, maar vaak toch wel vermoeiend.

Download het Jack Russell Terriër handboek

Verder is het goed om te weten dat dit ras een zeer snelle leerling is. Houd er echter wel rekening mee dat je sommige dingen vaak uit moet leggen. Niet omdat het beestje niet zo slim is, maar wederom door de vele prikkels die het hondje wil verwerken. De aandacht is er simpelweg niet altijd bij. Door rustig en consequent te blijven kun je jouw hondje toch goed trainen. Beloon het beestje ook direct als hij iets goed doet, want dit onthoud hij zeker. Met een beloning voor goed gedrag maak je de volgende trainingen weer gemakkelijker.

Wij raden je aan regelmatig nieuwe oefeningen te introduceren. Afwisseling is erg belangrijk voor de Jack Russell Terriër. Daag je hondje niet alleen lichamelijk uit, maar ook geestelijk. Zo benut je bovendien de intelligentie van het ras optimaal.

De Jack Russell Terriër is erg geschikt voor puppytraining. Niet alleen omdat je tijdens deze training allerlei leuke oefeningen voor je hond leert, maar ook zeker omdat je jouw hond kennis kunt laten maken met andere honden tijdens de training. Voor de Jack Russell Terriër is dit erg belangrijk. Door veel met andere honden om te gaan, wordt het beestje gemakkelijker in de omgang en bovendien een tikkeltje minder druk.

5. Beweging

Zoals al eerder vermeld, is de Jack Russell Terriër een echte jachthond. Jouw trouwe viervoeter vindt het dan ook heerlijk om een “prooi” achterna te zitten. Dit kan een bal zijn, maar ook een ander speeltje. Apporteren is dan ook een leuke manier om je hond lekker te laten bewegen.

Ook graven vindt het hondje erg leuk. Heb je liever niet dat dit in je tuin gebeurt? Maak dit dan direct duidelijk. Doe je dit niet, dan heb je in een mum van tijd een compleet vernielde buitenruimte. Als je hondje ongewenste gedragingen laat zien, zoals graven in de tuin of een meubelstuk vernielen, is dit een teken dat het beestje zich verveelt. Geef je hondje lekker veel aandacht en die ongewenste gedragingen vergeet hij vanzelf.

Met de Jack Russell Terriër kun je rennen, spelen, graven, jagen en speuren. Verder kun je het enthousiaste hondje ook leuke trucjes leren. Dit is niet alleen leuk voor de baas, maar ook goed voor de ontwikkeling van het hondje.

6. Geschiedenis

De Jack Russell Terriër komt uit Engeland. De naam van het hondje is afgeleid van de naam van een dominee: John Jack Russell. Deze dominee hield zich niet alleen bezig met kerkelijke activiteiten, maar was ook een enthousiaste vossenjager. Om nog beter te kunnen jagen, zocht hij een terriër die zijn Foxhounds bij konden houden. Ook moest de terriër goed kunnen jagen.

Toen hij geen geschikte hond kon vinden, besloot hij zelf een hond te fokken. Hier hield hij zich vrijwel zijn gehele leven mee bezig. Uiteindelijk ontstonden er door het fokken twee terriërs, namelijk de Parson Russell Terriër en de Jack Russell Terriër. De dominee overleed in 1883, maar de honden dragen nog altijd zijn naam.

Overigens is de Jack Russell Terriër nog niet zo lang in Nederland. Pas aan het einde van de twintigste eeuw werd het beestje geïntroduceerd in ons land. Het hondje werd direct erg populair. Vandaag de dag is het ras zelfs het populairste kleine hondenras van het land.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *