Engelse Setter

engelse setter zit op een grasveld

Door het koloniale verleden hebben relatief veel hondenrassen Brits bloed in zich. De Britten bevonden zich vroeger namelijk over de gehele wereld, waarbij zij ook niet terughoudend waren met het kruisen van verschillende hondenrassen. De Britten hebben hierdoor zeker een invloed gehad op de huidige hondenrassen, maar dat is niet altijd op een positieve manier geweest. Door het intensieve fok- en kruisbeleid van de Britten werden in het verleden bijvoorbeeld sommige pure hondenrassen met uitsterven bedreigd.

Eén van de typerende voorbeelden hiervan is de heer Llewellin. Hij heeft een grote rol gespeeld in het verdere fokbeleid van de Engelse Setter. Van nature is de Engelse Setter een afstammeling van de Spaanse Pointer, de Franse Pointer en verschillende spaniëls. De heer Llewellin ging in de 20e eeuw echter de Engelse Setter kruisen met onder meer de Ierse Setter en de Gordon Setter. Dit is een typerend voorbeeld van het fokbeleid van de Britten in het verleden. Hedendaags is de Engelse Setter een behoorlijk populair hondenras. Mocht je zelf een Engelse Setter in huis rond hebben lopen, kan je daar jarenlang van genieten. Een gemiddelde Engelse Setter wordt namelijk 12 á 13 jaar oud.

Inhoudsopgave

  1. Uiterlijke kenmerken
  2. Gedrag
  3. Verzorging
  4. Opvoeding
  5. Beweging
  6. Geschiedenis

1. Uiterlijke kenmerken

De Engelse Setter is een middelgroot hondenras en heeft een ietwat dubieus uiterlijk. Sommige mensen vinden de samenstelling van de vacht prachtig, terwijl andere het juist helemaal niks vinden. Van nature zien de honden van dit ras er ietwat verwilderd uit. De vacht is niet volledig egaal en de vacht kent vele verschillende kleuren.

Bij de hedendaagse Engelse Setters kunnen we enkele kleurvariaties onderscheiden: een witte vacht met bruine vlekken of een witte vacht met zwarte vlekken zijn de meest voorkomende varianten. Er bestaan echter ook honden met drie verschillende kleuren; de hoofdkleur van de vacht is hierbij wit, maar de hond heeft daarbij zowel zwarte- als bruine vlekken. Ook is het nog mogelijk dat een Engelse Setter citroenkleurige- of blauwe details heeft.

De vacht is overigens qua structuur ook niet bij alle Engelse Setters gelijk. Sommige van deze honden worden op hondenshows ingezet, waarbij de voorkeur uit gaat naar een langere en zwaardere vacht. Over het algemeen is de vacht van een Engelse Setter echter relatief kort en dicht.

Rondom zijn oren, de achterkant van zijn poten, zijn staart en zijn borst is de beharing bij hem een stuk langer. Hierbij heeft hij een behoorlijk “lange jas” met haren, waardoor hij door die lichaamsdelen een ietwat verwilderde uitstraling heeft. Een Engelse Setter is echter alles behalve verwilderd, aangezien het ras dus ook veelvuldig ingezet wordt bij hondenshows.

De kop van een Engelse Setter is meer lang dan breed. Hij heeft een behoorlijk lange snuit met een opvallende grote neus. Zijn neus is ook erg donker gekleurd, waardoor de neus al snel de aandacht trekt. Daarbij vallen ook zijn grote ogen op. Deze ogen hebben bovendien een opvallende en unieke kleur; hazelnootbruin. De oren van een Engelse Setter hebben een gemiddelde lengte en worden altijd hangend gedragen.

Het lichaam van een Engelse Setter ziet er zoals eerder vermeld ietwat verwilderd uit; dit komt dus puur door de lichaamsbeharing die nergens gelijk aan elkaar is. De staart van dit ras is van een middelmatige lengte en wordt nooit hoog gedragen. Opvallend aan het lichaam is met name dat ze een aflopende rug hebben. Wat dit exact betekent? Dat betekent dat de voorpoten langer zijn dan de achterpoten; hierdoor loopt de lijn van de rug iets naar beneden af.

Tot slot enkele uiterlijke kenmerken op een rijtje:

  • Maximale schofthoogte reu: 67 centimeter.
  • Maximale schofthoogte teef: 63 centimeter.
  • Gemiddelde gewicht: 30 kilo.
  • Kleur: meerdere kleurvariaties mogelijk (zie hierboven).

2. Gedrag

In het verleden werd dit ras veelvuldig ingezet als jachthond. Mede door dit verleden hebben de honden een ongekend uithoudingsvermogen. Zodra hij de kans krijgt, komt hij dus graag in beweging. Hij voert graag taken voor je uit, hij is graag actief bezig en hij raakt op die manier graag zijn energie kwijt.

Binnenshuis is een Engelse Setter echter behoorlijk rustig te noemen. Het is een hond die zijn rust goed kan pakken, graag met je knuffelt en een hechte band met je opbouwt. Door de jaren heen is hij echt uitgegroeid tot een ware gezelschapshond. Een hond die het heerlijk vindt om liefde te ontvangen, maar deze liefde ook graag geeft aan mensen uit zijn familie.

Mochten er – voor hem – onbekende mensen bij jou in huis binnenkomen, kan hij behoorlijk waaks zijn. Hij is namelijk zeer alert en hij wil jou en jouw gezin graag beschermen tegen een ieder. Zodra je aan hem laat weten dat alles goed is, is hij al snel weer gekalmeerd. Hij heeft dus zeker enige waakse eigenschappen, maar dit slaat absoluut niet door.

In de omgang met kinderen is de Engelse Setter onwijs goed. Het is één van de hondenrassen die op de juiste manier met kinderen om kan gaan, zolang de kinderen maar niet vervelend bij hem doen. Mede daarom is toch het advies om kinderen nooit alleen te laten met hem. Hoe het komt dat hij het goed met kinderen kan vinden? Dit is met name te danken aan zijn zachtaardige karakter en zijn rustige gedrag binnenshuis.

Buitenshuis kan het echter een behoorlijke draver zijn. Hij is alert en hij is enthousiast; dit zorgt er soms voor dat hij behoorlijk veel aan het blaffen is. Het afleren van het onnodige blaffen is dan ook één van de belangrijkste aandachtspunten tijdens het opvoeden. Daarbij kan je gelukkig rekening houden met het feit dat hij behoorlijk snel leert. Hij pakt snel nieuwe dingen op, hij vindt het leuk om nieuwe dingen te leren en hij vindt het bovenal leuk om lekker met jou bezig te zijn.

Tot slot is het belangrijk om te benoemen dat een Engelse Setter behoorlijk gevoelig is. Hij neemt stemmingen binnenshuis al snel over en hij is ook behoorlijk gevoelig voor de hardheid en hoogte van jouw stem. Indien je hem op de juiste manier op weet te voeden, bouw je echter een onwijs hechte band met hem op. Je kunt vanaf dat moment blind op hem vertrouwen, aangezien hij jou ook blind vertrouwt. Door die hechte band is het op en top genieten met elkaar.

3. Verzorging

Op het moment dat je een Engelse Setter als pup in huis krijgt, mag je je borst natmaken. Het is namelijk een ras die met name op jonge leeftijd voldoende verzorging nodig heeft. Deze verzorging heeft onder meer betrekking op de gewenste hoeveelheid beweging; daarover lees je meer in dit artikel onder het kopje “beweging”.

De vacht van een Engelse Setter vraagt ook zeker om de nodige verzorging. Dat is met name het geval bij de lichaamsdelen waar een “jas” met lange haren aanwezig is. Deze haren moeten goed geborsteld worden en moeten ook tijdig bijgeknipt worden. Borstel minimaal één keer per week de volledige vacht. Doe je dat niet? Dan loop je al snel het risico dat hij last van allerlei klitten in zijn vacht krijgt.

Als je de vacht van een Engelse Setter gaat reinigen, is het advies om droogshampoo te gebruiken. Deze shampoo richt de minste schade aan de structuur van zijn huid en vacht aan, waardoor ook de natuurlijke oliën niet verwijderd worden. Let er daarnaast op dat je regelmatig zijn nagels bijknipt en dat je zijn tanden met enige regelmaat poetst.

Over het algemeen zijn dit behoorlijk gezonde honden. Ze worden immers 12 tot 13 jaar oud, maar er zijn wel enkele gezondheidsproblemen waar je goed op moet letten. Zo hebben relatief veel honden binnen dit ras last van doofheid en van een onvolledig gebit. In dat laatste geval zijn niet alle tanden goed doorgekomen, waardoor hij enkele tanden mist op volwassen leeftijd. Ook komt heupdysplasie relatief vaak voor bij dit ras; hierbij is er sprake van een bovenmatige slijtage in het heupgewricht. Dit merk je al snel op; hij heeft hier namelijk veel pijn door en gaat ook mank lopen. Een spoedig bezoek aan de dierenarts is in zo’n situatie aan te raden.

engelse setter rent door een grasveld

4. Opvoeding

Het opvoeden van een Engelse Setter kent zeker de nodige haken en ogen. Zo is het onwijs belangrijk om het onnodige blaffen vanaf het allereerste moment af te gaan leren. Van nature is hij relatief waaks, maar die waakse eigenschappen slaan soms door; in dat geval staat hij naar alles en iedereen te blaffen. Leer dit op jonge leeftijd al af, zodat je daar op latere leeftijd geen last meer van hebt.

Daarnaast moet je ook de nodige tijd besteden aan het zindelijk maken van de hond. Dit ras staat erom bekend dat ze niet al te snel zindelijk worden. Daarentegen is het wel een hond die snel nieuwe dingen oppakt, leergierig is en dus relatief goed en snel getraind kan worden. Ons advies? Volg een puppycursus met hem. Daarmee bouw je direct een hechte band met hem op, terwijl hij ook nog eens de basisregels direct onder de knie krijgt.

Bovendien kan hij tijdens de puppycursus in aanraking komen met andere honden. Dat is ook wenselijk tijdens zijn opvoeding, aangezien hij soms ietwat terughoudend gedrag kan vertonen ten opzichte van andere honden. Tot slot willen we je aanraden om altijd met zachte hand te regeren. Hij is relatief gevoelig en reageert dus zeer slecht op bijvoorbeeld stemverheffingen of op wilde armbewegingen. Zolang je hem met respect en liefde weet te behandelen, krijg je dat dubbel en dwars van hem terug.

5. Beweging

Een Engelse Setter vind het heerlijk om veel te bewegen. Zijn voorouders waren immers niks anders gewend en dat zit deels nog steeds in zijn bloed. Dat is overigens met name het geval als hij nog een puppy is. Op jonge leeftijd kan hij de gehele dag door actief zijn, zonder daarbij moe te worden. Naarmate hij ouder begint te worden, wordt hij minder actief en speels. Desalniettemin vindt een volwassen Engelse Setter het ook heerlijk om veel te bewegen.

Lange stukken wandelen, leuke spelletjes met hem spelen of hem naast de fiets mee laten rennen. Hij vindt het heerlijk en hij heeft er dus ook zeker behoefte aan. Mocht je een grote tuin hebben, is dat helemaal mooi meegenomen. In deze tuin weet hij zichzelf prima te vermaken, waardoor hij ook aan de gewenste hoeveelheid beweging komt. Onthoud in ieder geval dat het een actief en energiek hondenras is; hij heeft dus áltijd veel behoefte aan beweging.

Tijdens het bewegen is het advies om goed op zijn motoriek te letten. Mocht je zien dat hij mank loopt, is het zaak om spoedig bij de dierenarts aan de bel te trekken. De kans is dan aanwezig dat hij last van heupdysplasie heeft.

6. Geschiedenis

Voor de ontstaansgeschiedenis van dit ras moeten we terug naar de 14e eeuw. In die periode werden de Spaanse Pointer, de Franse Pointer en verschillende spaniëls met elkaar gekruist. Het gevolg hiervan was de Engelse Setter; een hond die perfect ingezet kon worden als een jachthond. Aan het begin van de 19e eeuw wist dit ras onwijs populair te worden; dat was te danken aan de fokker Sir Edward Laverack. Hij wist een speciale jachtsoort te creëren binnen dit ras.

Dat is ook iets wat de heer Llewellin probeerde in de 20e eeuw. Hij ging dit ras kruisen met de Ierse Setter en de Gordon Setter, waardoor er weer een nieuw soort jachthond ontstond. Hedendaags wordt dit ras met name ingezet als gezelschapshond; hij is immers dol op jouw aanwezigheid en op jouw aandacht. Graag sluiten we dit artikel af met een leuk detail; heb je enig idee waar de naam “Setter” vandaan komt? Die term verwijst naar de positie die de hond vroeger aannam wanneer hij wild ontdekt had.

Heb je vragen of opmerkingen? Plaats hieronder je reactie.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *